Terug naar introductie                                  Gang van zaken röntgenonderzoek OP LOCATIE                                                      

Naar onderzoek in studio     


Oliegekoelde röntgenbuis met ingebouwde hoogspanningsgenerator in mobiele opstelling. Met een regelbare transformator kan de energie vande röntgenstraling gekozen worden. Op het bedieningspaneel kan de belichtingstijd ingesteld worden. 

De röntgenfoto wordt gemaakt bij zo laag mogelijke energie van de straling. Hoe lager de stralingsenergie hoe beter heel kleine materiaalverschillen op de foto tot uiting komen. Echter, hoe lager de stralingsenergie hoe minder straling er uit de röntgenbuis komt en hoe langer de belichtingstijd moet zijn. De optimale röntgenopname wordt gemaakt met zo laag mogelijke stralingsenergie bij acceptabele belichtingstijd. Indicatie: bij schilderijen wordt veelal gewerkt met een stralingsenergie opgewekt met een hoogspanning van 30 kiloVolt (kV) over de röntgenbuis, zonodig met 50 kV. De belichtingstijd bedraagt ten hoogste enkele seconden.

 

          

 Werkwijze chronologisch

1. Meten verzwakking

Allereerst wordt met een stralingsmeter (ionisatiekamer) de mate waarin het schilderij de röntgenstraling verzwakt gemeten.

2. Energiekeuze

Op basis van de gemeten verzwakking wordt de optimale (zo laag mogelijke) stralingsenergie gekozen. Bij een belichtingstijd van ten hoogste 7 seconden.

3. Keuze filmtype

Er wordt een fijnkorrelige (resolutie) steile (contrast) röntgenfilm gebruikt. Medische mammografiefilm, tezamen met een zeldzame aard versterkingsscherm. In de mammografie is sprake van kleine verschillen in weefseltypen die de film  zichtbaar moet maken. Ook bij schilderijen is sprake van plaatselijk kleine verschillen in de gebruikte materialen (verf).

4. Ontwikkelproces

De film wordt in  2 minuten ontwikkeld, gefixeerd, gespoeld en gedroogd in de AGFA Curix 60 ontwikkelautomaat.

5. Zwartingsmeting

Met een densitometer wordt gecontroleerd of de grijswaarden in de röntgenfoto binnen het steile deel van de zwartingscurve liggen (zwarting 0.5 tot 3).   

6. Digitalisatie

De röntgenfilm wordt gedigitaliseerd met een VIDAR scanner in 300 dpi en 4096 grijswaarden (12 bit diep).

7. Tot slot

Samen met u worden de röntgenfoto's op de lichtkast besproken. Na afloop neemt u zowel de originele analoge röntgefoto's als de digitale (op usb) mee. Een verslag van het onderzoek wordt u nagezonden.

8. Veiligheid

Er is gekozen voor een zeer gevoelige film scherm combinatie. De benodigde stralingsdosis voor de vereiste filmzwarting bedraagt geen mGy's zoals bij de vaste opstelling in de studio maar slechts microGy's. De benodigde belichtingstijd is navenant korter. Door voldoende afstand in acht te nemen kan veilig gewerkt worden. De bediening kan op meerdere meters afstand van de röntgenbuis geplaatst worden. Ter controle kan gebruik gemaakt worden van een direct afleesbare persoons stralingsmeter (EPD).